• Home
  • Contact
  • + 31 (0) 162 497 500
Skitermen die je moet kennen in Noord-Amerika
Insider tips24 juli 2019

Wie zich voorbereidt op een skivakantie in Canada of Amerika vliegen al snel de spannendste skitermen om de oren. Wat zijn ‘bowls’ en ‘black diamonds’? Zijn ‘vertical drops’ gevaarlijk? En word jij blij van een gebied met veel ‘glades’ of juist liever ‘moguls’?

Après

(Uitgesproken als aa-pray) is een in Noord-Amerika veelgebruikte afkorting voor après-ski, oftewel het borrelen na een dagje skiën. Behalve bier, cocktails en mulled wine (onze gluhwein) kom je daarbij ook vaak hot apple cider tegen.


Backcountry skiing

Off-piste skiën ofwel buiten de officiële afdalingen gaan. Heet ook out of bounds skiing. In Canada in principe toegestaan, in enkele Amerikaanse skigebieden is het verboden of wordt het streng afgeraden.


Black diamond

Piste voor gevorderden die lijkt op onze zwarte piste, al is de black diamond vaak nog wat steiler (tot 40%!). De Double black diamond is nog moeilijker door de aanwezigheid van bomen of een nauwe doorgang. Dus voor experts-only, zoals de Amerikanen zeggen. Lees ook: pistekleuren en -symbolen in Canada en Amerika.

Bowls

Brede, komvormige berghellingen boven de boomgrens, waar veel poedersneeuw blijft liggen en de echte skicracks dus waanzinnig naar beneden kunnen slalommen.

Bunny slope

De beginnersweide.


Catskiing

Skitocht waarbij een snowcat (pistebully) je naar een afgelegen helling brengt. Catskiing is goedkoper en minder hoog dan heliskiring maar met een vergelijkbare sensatie, namelijk als eerste een maagdelijk witte berghelling afdalen!


Champagne powder

De mythische ultra droge poedersneeuw zoals die alleen in Noord-Amerika te vinden is.


Chute

Smalle en steile doorgang op een moeilijke piste (zie ‘black diamond’), vaak omringd door rotsen. Best pittig, zeg maar.


Corduroy

Vers geprepareerde piste.

Cruiser

Een lange piste, als een snelweg, waar je eindeloos kunt carven of rijden.

Face shot

Als je in de poedersneeuw afdaalt, krijg je regelmatig een wolk van sneeuw in je gezicht, dit wordt een face shot genoemd.


Freeriders

Skiërs en snowboarders die graag buiten de gebaande paden skiën. Ofwel op hike-only runs (waar je heen moet lopen) of hellingen die je alleen tijdens heliskiing of catskiing kunt bereiken. En sowieso, freeriders doen niet aan netjes afdalen, veel springen en freestylen hoort erbij.

Goggles

Skibril.


Groomers

De brede geprepareerde pistes waar de Noord-Amerikaanse skigebieden zo goed in zijn (al die ruimte en zo mooi glad!). Vernoemd naar grooming, ofwel het onderhouden van de pistes door pistebully’s.

Glades

Afdalingen kriskras tussen de dennenbomen door. Ook wel tree glades of tree skiing genoemd. Bijna altijd ongeprepareerd maar vaak wél officiële pistes (in tegenstelling tot backcountry skiing, zie boven).

Kudos

Kudos is een oud-Griekse woord. Je geeft iemand ‘kudos’ als je je waardering wilt uitspreken naar die persoon. Normaliter worden deze ‘virtuele cadeautjes’ online gegeven (likes of +1). Kudos is enkelvoud, maar in de praktijk wordt het vaak als meervoudsvorm gebruikt. Als je een heldhaftige truck in de sneeuw hebt laten zien, kun je rekenen op ‘some serious kudos at après’.


Liftie

Populaire bijnaam voor de skilift medewerkers (lift operators).


Moguls

De bumps (hobbels) op wat wij in Europa een buckelpiste noemen.


Mountain hosts

Het toonbeeld van Noord-Amerikaanse gastvrijheid, deze vrijwilligers die ook wel Mountain ambassadors heten. Ze ontvangen je op de piste, geven uitleg over het skigebied en nemen je eventueel zelfs mee op een gratis skitour.

LEES OOK: Mountain hosts, gratis rondleiding in het skigebied

Powder baskets

De plastic rondjes onderaan je skistokken (in NL ‘tellers’ genoemd). In Canada zijn ze vaak een slagje groter dan je ze in Europa gewend bent, omdat de stokken dan minder diep wegzakken in die enorme lagen poedersneeuw.

Rescue toboggan

De ‘banaan’ waarin ski patrol geblesseerde skiërs liggend de berg afhelpt. Komt van het Franse woord toboggan, wat glijbaan betekent.


Runs

Noord-Amerikanen hebben het over ski runs of ski trails in plaats van pistes. Slopes hoor je ook. Bij alledrie gaat het om officiële afdalingen die op de kaart van het wintersportgebied staan – al dan niet geprepareerd (groomed).


Schussing

In schuss skiën ofwel recht vooruit en diep door de knieën.

Snowghosts

De mooiste van alle skitermen: mooie naam voor de sprookjesachtige sparrenbomen die bedekt zijn met een extreem dikke laag sneeuw (na een grote champagne powder dump!).


Snow plow

Ploegbocht voor beginners, in het Nederlands ook vaak pizzapunt genoemd. Het tegenoverstelde daarvan: de French Fries, netjes parallel skiën.


Ski patrol

Klinkt als de skipolitie en dat is het ook wel een beetje. Komt in actie met eerste hulp bij skiongelukken (zie rescue toboggan) en houdt ook in de gaten of iedereen zich wel goed gedraagt op de piste.

LEES OOK: pisteregels en verkeersleiders op de piste

Terrain park

De freestyle-zone, met rails en half-pipes.

Vertical drops

Klinkt angstaanjagend maar deze skiterm slaat simpelweg op het hoogteverschil van een piste of het hele skigebied. Vaak gemeten vanaf de hoogste bergtop tot onderaan de pistes. Preciezer zijn de zogeheten ‘lift-served verticals’ die berekend worden vanaf de hoogste skilift tot beneden. Zo heeft Revelstoke (BC) een piste met een lift-served vertical drop van 780 meter. Nice….

The Hollywood Run

Vinden we zelf een geweldige naam. Ooit door iemand geopperd en inmiddels wordt deze overal gebruikt: de Hollywood Run. Dat is de afdaling die je doet onder een stoeltjeslift. Publiek verzekerd!